Gaudentius Diemel - Stompwijkse jaren 1777-1790
4. GAUDENTIUS VERTREKT MET ZIJN GEZIN NAAR LEIDEN
4.1 Jaren na hun huwelijk in Stompwijk
De eerste acht jaren van hun huwelijk (1782–1790) woonden Gaudentius en Marijtje in Stompwijk. Hier werden hun vier zonen geboren: Johannes Theodorus (1783), Joachim Franciscus (1784), Wilhelmus Josephus (1786) en Arend Theodorus (1788). In welk huis het gezin precies woonde, is niet te achterhalen.
Mogelijk trok Marijtje in bij Gaudentius in zijn oorspronkelijke huurwoning, maar het is ook denkbaar dat hij een van de drie huizen van zijn schoonmoeder huurde om het groeiende gezin meer ruimte te bieden.
Rond 1789 veranderde de situatie ingrijpend, toen zijn schoonmoeder binnen één jaar al haar drie huizen verkocht. Of deze ontwikkeling het vertrek van het gezin heeft versneld, blijft onduidelijk. Mogelijk waren de inkomsten in Stompwijk onvoldoende om het gezin te onderhouden, of zocht Gaudentius emplooi buiten het dorp, bijvoorbeeld in een stad als Leiden, waar zich wellicht meer mogelijkheden voordeden om zich (verder) in het kleermakersvak te ontwikkelen. Hoewel de lakenindustrie in Leiden in deze periode in verval was en tot grote armoede leidde, bood de stad voor een kleermaker mogelijk toch betere vooruitzichten dan de Stompwijkse polder. In tijden van economische krimp probeerden steden als Leiden hun vitale ambachten namelijk te beschermen door vaklieden van buitenaf juist een plek te bieden.
4.2 Vertrek naar Leiden
* De eerste sporen in Leiden
Wanneer Gaudentius Stompwijk precies heeft verlaten, is niet bekend. Lange tijd leek zijn inschrijving als poorter van Leiden op 12 februari 1790 het eerste duidelijke aanknopingspunt voor zijn vertrek. Een verzoek aan het Leidse stadsbestuur en de daarop genomen beschikking werpen echter nieuw licht op deze overgang.
Uit deze stukken blijkt dat Gaudentius op dat moment al ongeveer negen maanden als kleermakersknecht bij een meester-kleermaker binnen Leiden had gewerkt. Zijn Leidse loopbaan moet daarmee uiterlijk omstreeks augustus 1789 zijn begonnen, mogelijk nog iets eerder. Aan het verzoek bij het Gerecht was namelijk al een eerdere weigering door de deken en hoofdmannen van het kleermakersgilde voorafgegaan. Of Gaudentius toen ook al in Leiden woonde, weten we evenmin. Mogelijk werkte hij er aanvankelijk terwijl zijn gezin nog in Stompwijk verbleef. Wanneer Marijtje en hun vier zoons hem naar Leiden volgden, valt uit de beschikbare bronnen niet op te maken.
* Poorter van Leiden
Op 12 februari 1790 werd Gaudentius tot poorter van Leiden aangenomen. In het poorterboek staat hij vermeld als ‘Goudens Diemel, kleermakersknecht, geboren in ‘Nederenbergen in ’t Cleefse’. Bakker Barend van Dorsten, en kruidenier Gerrit Lambooij traden daarbij als getuigen op.
Daarmee staat vast dat Gaudentius al geruime tijd vóór zijn poorterschap in Leiden als kleermakersknecht werkzaam was. Of hij het kleermakersvak daarvoor ook al in Stompwijk uitoefende, is niet met zekerheid vast te stellen, al past het wel bij zijn afkomst uit een kleermakersfamilie.
* Op weg naar zijn meesterschap
Zijn poorterschap blijkt bovendien niet het eindpunt van zijn beroepsmatige ontwikkeling te zijn geweest. Gaudentius wilde binnen het Leidse kleermakersambacht een volgende stap zetten. Hij had zich eerst tot de deken en hoofdmannen van het kleermakersgilde gewend met het verzoek de meesterproef te mogen afleggen. Zij weigerden hem echter tot die proef toe te laten, omdat hij nog niet voldeed aan de vereiste diensttijd van twee jaar als knecht.
Gaudentius legde zich daar niet bij neer en wendde zich vervolgens tot het Gerecht van Leiden. Op 20 mei 1790 volgde de beschikking: het stadsbestuur verleende hem dispensatie, waardoor hij ondanks zijn te korte diensttijd toch de meesterproef mocht afleggen.
Of hij die meesterproef vervolgens daadwerkelijk heeft afgelegd en ervoor is geslaagd, is niet bekend. De bewaard gebleven gildeboeken geven daarover geen uitsluitsel. Wel maken de stukken duidelijk dat Gaudentius al kort na het begin van zijn Leidse loopbaan stappen zette om zich binnen zijn vak verder te ontwikkelen.
* Tussen Stompwijk en Leiden
Daarmee laten de Stompwijkse jaren zich niet afsluiten met één precies te dateren vertrek. De overgang naar Leiden was uiterlijk in de zomer van 1789 al begonnen, toen Gaudentius daar als kleermakersknecht werkzaam was. Wanneer hij Stompwijk definitief achter zich liet en wanneer Marijtje en de kinderen volgden, blijft vooralsnog onbekend.
Na ongeveer twaalf jaar in de Stompwijkse polder begon voor het gezin Diemel in ieder geval een nieuw hoofdstuk. Hoe Gaudentius in Leiden zijn plaats binnen het kleermakersambacht probeerde te verwerven, vormt het eerste venster op zijn Leidse jaren.